6. Ontwerp & Activeringsplan

6. Ontwerp & Activeringsplan

Het ontwerpen van een beweegvriendelijke omgeving gaat over hardware, software en orgware en dat doe je in samenspel. Je denkt na over de fysieke inrichting van een omgeving maar tegelijkertijd ook hoe je ervoor zorgt dat mensen deze omgeving optimaal gebruiken voor sporten, bewegen, spelen, verplaatsen en ontmoeten.

Deze stap bestaat uit twee onderdelen:

A: het ontwerp

B: het activeringsplan
Het resultaat is een ontwerp voor je beweegvriendelijke plek of omgeving EN een activeringsplan. Hardware en software gaan hier hand in hand.

A: Maak ontwerp (hardware)

De basis voor het ontwerp is je Programma van Eisen en alle informatie die je hebt opgehaald bij het in kaart brengen van de omgeving. Daarnaast maak je gebruik van werkzame elementen en ontwerpprincipes voor een beweegvriendelijke omgeving als uitgangspunt voor het ontwerpen van de hardware.

Belangrijk is ook om na te denken wie je nodig hebt om een ontwerp te maken.

Ga je zelf aan de slag met een ontwerp of laat je een ontwerp maken door een ontwerper, stedenbouwkundige, landschapsarchitect of speelruimte specialist? Betrek ook in dit stadium al de afdeling beheer en onderhoud van de gemeente of een ander verantwoordelijke voor het beheer van de omgeving die je gaat realiseren. Denk ook na over welke rol andere stakeholders en inwoners hebben in het ontwerp traject. #link naar kennis inwonerparticipatie

Gaat je project mee in een lopend project, bijvoorbeeld voor herinrichting van een straat of een park? Altijd is je Programma van Eisen de basis. Zorg dus dat de ontwerper dit als uitgangspunt gebruikt. Verwijs eventueel de ontwerper naar de kennis en ontwerpprincipes in deze online leeromgeving.

Tips bij ontwerp van een beweegvriendelijke omgeving

Deze tips en hulpmiddelen zijn bruikbaar bij het ontwerpen van een beweegvriendelijke omgeving:

  • Zet altijd de (eind)gebruikers centraal in je ontwerp. Voor wie ontwerp je deze plek of omgeving? #link naar doorlopend zet gebruiker centraal.
  • Ontwerp je voor een specifieke doelgroep? Zorg dat je weet wat deze doelgroep drijft en belemmert bij het sporten en bewegen. Doe deskresearch, spreek met specialisten die praktijkervaring hebben met deze doelgroep en ken ook hen wensen.
  • Neem jouw eigen Programma Van Eisen wat je hebt opgesteld als uitgangspunt.
  • Gebruik de werkzame elementen voor een beweegvriendelijke omgeving 
  • Gebruik de ontwerpinstrumenten voor een beweegvriendelijke omgeving
  • Gebruik bestaande (erkende) interventies voor een beweegvriendelijke omgeving
  • Zoek vergelijkbare voorbeeldprojecten in je eigen omgeving of buurgemeenten. Ga eens in gesprek met de initiatiefnemers daar en vraag naar werkzame elementen. Laat je inspireren en leer van elkaar.
  • Gebruik altijd een kaart en beeldmateriaal in je ontwerp. Dat spreekt aan en daarmee kan je makkelijker uitleggen wat je wilt realiseren.
  • Check of er sprake is van raamovereenkomsten van de gemeente met bepaalde leveranciers of aannemers. Bij speeltoestellen heb je vaak te maken met raamovereenkomsten tussen gemeente en speeltoestelleveranciers. Je hebt dan een beperkte keuze. De vakspecialist speelruimte of afdeling beheer openbare ruimte kan hier antwoord op geven.
  • Heb je vergunningen nodig voor het realiseren van het ontwerp? Zet dit traject vast in gang met een medewerker van de afdeling vergunningen van de gemeente. Dit kost vaak veel tijd.
  • Bespreek een concept ontwerp altijd met de initiatiefnemers en met inwoners.
  • Bespreek een concept ontwerp ook altijd met vakspecialisten of technisch specialisten (bijvoorbeeld groen, spelen, verkeer) van de gemeente.

B: Maak activeringsplan (software)

Hardware en software gaan hand in hand in het ontwerp voor een beweegvriendelijke omgeving. Het resultaat van deze stap is een activeringsplan waarin beschreven staat hoe en door wie de beweegvriendelijke plek wordt geactiveerd, en hoe je stimuleert dat mensen gaan bewegen in deze openbare ruimte. En hoe je hierover communiceert en bekendheid aan geeft.

Wat neem je op in een activeringsplan:

  • Bestaande en nieuwe (structurele) activiteiten die georganiseerd worden op de locatie.
  • De doelgroep waarop de activiteiten gericht zijn en hoe je de doelgroep kunt bereiken.
  • Welke partners betrokken zijn en wie verantwoordelijk is voor deze activiteiten
  • Wat je gaat communiceren over deze activiteit, op welke manier en met welke media en middelen en wie dit oppakt
  • Indien gewenst, gebruiks- en gedragsregels voor de locatie. Formuleer dit altijd positief.
  • Doelen waar je activeringsplan naar moeten leiden

Tips voor het activeringsplan

  • Kijk goed naar de doelgroep(en) waar jij je met je activeringsplan op wil richten. Om wie gaat het? Welke wensen en behoeften of belemmeringen heeft deze doelgroep in het algemeen en hoe houd je daar rekening mee? Bekijk hier een overzichtje met linkjes naar artikelen over drijfveren en belemmeringen voor sport en bewegen voor specifieke doelgroepen.
  • Kijk goed naar de informatie die is opgehaald in stap 4 van dit stappenplan, sluit aan bij wensen van inwoners en zorg voor activering die aanvullend is aan bestaand aanbod.
  • Stel korte- middellange- en lange termijn doelen op. Denk aan doelen op verschillende niveaus; gemeentelijke doelen, organisatie doelen, stakeholder doelen en eindgebruiker doelen. Probeer deze doelen SMART te formuleren zodat je tussentijds kunt monitoren of de doelen behaald worden. De doelen voor activering zijn uiteraard onderdeel van je projectdoelen.
  • Betrek in elk geval vertegenwoordigers vanuit stakeholders, gebruikers, doelgroepen en inwoners bij het opstellen van je activeringsplan.
  • Maak gebruik van (bewezen effectieve) bestaande interventies of werkzame elementen daaruit. Je kan de interventies vinden in de Kennisbank van het Kenniscentrum Sport en Bewegen via deze link. Of bekijk de kennisclip ‘doe je voordeel met erkende interventies’.
  • Als je een interventie wil gaan implementeren kun je gebruik maken van het dossier ‘wat werkt bij implementatie van sociale interventies’ van Movisie.
  • Betrek ook stakeholders die wellicht geen gebruik gaan maken van de locatie, maar wel kennis hebben van de wijk. Zij kunnen meedenken over de programmering. Denk aan maatschappelijk werkers, wijkzusters en wijkconsulenten.
  • Denk ook na over alternatieve mogelijkheden van activeren zoals train de trainer” trainingen: een trainer van bijvoorbeeld een sportschool, gaat in een lessenreeks trainers van gewone sportverenigingen uitleggen wat zij met hun sporters op de beweegplek zouden kunnen doen.
  • Maak gebruik van bijvoorbeeld Instructiefilmpje/ foto’s: je kan gebruikers laten zien op welke manier ze de beweegplek kunnen gebruiken. Dit kan door foto’s of filmpjes te maken waarop je kan zien wat er zoal mogelijk is. Veel mensen zullen niet weten wat zij op de plek kunnen doen. Als mensen zelf willen trainen kan je dit op deze manier inzichtelijk maken. 
  • Maak ook gebruik van nationale dagen waarop je deze locatie extra in de picture kan zetten en kunt gebruiken. Denk aan de Nationale buitenspeeldag, buitenlesdag, outdoor office day, de Koningsspelen, etc.
  • Je kunt ook gebruik maken van een plattegrond of kaart om zaken duidelijker te maken. Is er bijvoorbeeld sprake van een zonering van de plek, waar sommige activiteiten niet of juist wel zijn toegestaan, zorg dan dat je dit helder communiceert.
  • Of je kan zorgen voor Trainingsschema’s: naast losse oefeningen laten zien kan complete trainingsschema’s uitwerken ook goed helpen bij de activatie. Mensen weten dan hoe ze een training van bijvoorbeeld een uur kunnen invullen
  • Als je beeld hebt bij de programmering, is het verstandig om na te denken over hoe je hierover gaat communiceren. Iedere doelgroep vergt namelijk zijn/haar eigen benadering. Bekijk bijvoorbeeld tips voor communicatie met ouderen of jongeren via deze links. Ouderen en Jongeren.
  • Denk na over wanneer deze plek een succes is en formuleer succescriteria waarop je kunt monitoren. Maak bijvoorbeeld gebruik van het MAPE model. Via deze link vind je hier meer informatie over.

Praktijkvoorbeelden

Lees hier meer over de ontwikkeling van het beweegpark in Hoornse Meer waarin vanaf het begin rekening is gehouden met de activering: om die reden zijn onder andere de lokale fysiotherapeut, een personal trainer uit de buurt en een activiteitenbegeleider vanuit het WIJ- team in de projectgroep opgenomen, partijen die allemaal hebben aangegeven iets te willen doen in de activatie. Op deze manier hebben zij ook goed input kunnen leveren over wat zij graag op de locatie willen hebben. Tijdens de bewonersbijeenkomst is, naast input voor wat er op de plek moet komen, ook gevraagd naar input op het gebied van activatie: wat hebben bewoners nodig om gebruik te kunnen maken van de faciliteiten? Aan de hand van deze input is de plek aangepast en is vervolgens een activeringsplan opgezet.